Regelgeving rond septische putten
Zuiveringsproces:
Hoofdzakelijk fysisch-chemische afscheiding van bezinkbare en drijvende bestanddelen uit de waterige fase door sedimentatie, flotatie, floculatie en sorptie. Een gedeelte van de organische fractie van het afgescheiden slib wordt anaëroob biologisch afgebroken gedurende de opslag in
de tank.
Algemene bepalingen / uitvoering:
- De septische put moet jaarlijks geruimd worden met verplichte afvoer van het septisch materiaal naar een RWZI (overeenkomstig art. 4.2.7.3.1. en art 6.2.1.4. van Vlarem II) 82 Code van goede praktijk voor hemelwaterputten en infiltratievoorzieningen de septische put bestaat uit ten minste 2 vakken de verschillende afdelingen van de septische put moeten met elkaar in verbinding gesteld worden d.m.v. in de scheidingsmuren aangebrachte openingen die groot genoeg zijn om beroering in de middenzone ter vermijden. Deze voor de doorgang van de vloeistof bestemde openingen moeten op ongeveer 60 cm onder het watervlak aangebracht worden.
- de afvoer van gassen moet voorzien worden in alle kamers
- de minimale inhoud onder de waterspiegel bedraagt onder normale gebruiksomstandigheden 300 liter per inwoner (225 liter per inwoner vanaf de elfde inwoner), niettemin dient de minimum nuttige inhoud van de tank onder het wateroppervlak ten minste 1.500 liter te bedragen (de ontwerp CEN-norm schrijft een nominale capaciteit van 2000 liter voor)
- de minimum hoogte onder de waterspiegel moet 1 m bedragen
- de vrije hoogte tussen de waterspiegel en het deksel van de tank moet minstens 30 cm zijn.
In de ontwerp CEN-norm zijn een aantal technische specificaties i.v.m. septische putten opgenomen.